Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
17. Een telegram, dat om 11 uur uit A verzonden wordt naar
B, wordt te 12 uur 15 minuten ontvangen. Bij een even spoedige
bezorging wordt een telegram, dat te 3 uur 10 min. van B ver-
zonden wordt, om half vijf te A ontvangen. Hoeveel tijd is noodig
voor het overseinen en bezorgen van een telegram, en hoeveel
verschillen de uurwerken van A en B?
18. Een persoon reist met een zekere snelheid. Had hij een KM
per uur sneller gereisd, dan zou hij den weg in 0,8 van den tijd
hebben afgelegd, dien hij nu noodig heeft. Maar had hij een KM
per uur langzamer gereisd, dan zou hij uur langer onderweg
geweest zijn. Hoe lang was de weg en hoe groot de snelheid?
19. De som van 3 geheele getallen is 70, en als het tweede
gedeeld wordt door het eerste, is het quotient 2 en de rest 1.
Maar als het derde gedeeld wordt door het tweede, is het quotient
3 en de rest 3. Welke getallen zijn dat?
20. Van 2 volgeladen wagens staan de gewichten tot elkaar als
4 tot 5. Nadat van de ladingen 2 hoeveelheden zijn afgenomen,
waarvan de gewichten zich verhouden als 6 tot 7, staan de over-
gebleven gewichten tot elkaar als 2 tot 3 en is de som daarvan
100 KG. Bereken de gewichten der volgeladen wagens.
21. Als men een getal van 2 cijfers door de som der cjjfers deelt,
is het quotient 4 en de rest 3. Als men de cijfers verwisselt en bij
het komende getal de 2 cijfers optelt, is de som 61. Bepaal het getal.
22. Een vader was voor tien jaar 4 maal zoo oud als zijn zoon,
en over 20 jaar zal de vader 2 maal zoo oud zijn als de zoon. Hoe
oud is ieder nu?
23. Twee personen hebben 2 partijen gespeeld. Na de eerste
partij is de winst van den eersten speler 3 maal zoo groot als van
den tweeden; de eerste gaf toen f 1 aan den tweeden. Bij de
tweede partij heeft de eerste speler 2 maal zooveel gewonnen als
de tweede speler, maar hij geeft nu de helft van zijn winst bij de
tweede partij, waardoor de 2 spelers ieder ƒ 30 meer hebben dan
toen zij begonnen te spelen. Men vraagt naar de winst van eiken
speler bij elke partij.
24. A, B en C hebben geld uitgezet. B ontvangt aan interest in
het jaar ƒ 110 meer dan A, daar hij f 1500 meer heeft uitgezet en
0,5 y„ meer geniet. C ontvangt jaarlijks f 262,5 meer aan interest
dan B, daar hij ƒ5000 meer heeft uitgezet dan B en tegen 0,25 %
hooger dan B. Hoeveel heeft ieder uitgezet en tegen hoeveel percent?
25. Zoek een getal van 3 cijfers, dat de volgende eigenschappen
bezit. De som der 3 cijfers is 12; de som van het cijfer der hon-