Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
20x—12y = 4
9a; + 12y = 54
samen 29a; - 58
of a; =2. Uit een der vorige ver-
gelijkingen vindt men y =3.
Volgens het vorige kunnen wij zeggen : Als ticee vergelijkingen
van den eersten graad met 2 onbekenden gegeven zijn, kan men in
het algemeen voor elk der onbekenden een waarde vinden, zóo dat
die 2 waarden aan de 2 vergelijkingen voldoen.
Opmerking. Dikwijls moet men beginnen met de gegeven verge-
lijkingen te herleiden tot meer eenvoudige. Vermenigvuldigt men
daarbij een vergelijking met een vorm, waarin een onbekende voor-
komt, dan kan men wortels invoeren, zooals in §61 is aangetoond.
§ 75. Los a; en 2/ op uit de volgende vergelijkingen.
1. 6a;+ 2^ = 21, 5a; — 2y = 23.
2. lla:+3y=100, 4a-— 7y = 4.
3. 63; + 2y = 34 , + hy = 24.
5. + = — 10^=192.
3 4
6.
a; —2 10+.2;_y—10 2y — 4 2x + y _ x ^
~5 ^ ~ 4 ' 3 ~ 8 ~ 4 ■
2x b — y 41 2a; — 1
8. {x + 5) (2/ + 7) = 1) ry — 9) + 12, 2x+lQ = 3y.
9. = =
y—l ' 22/ - 6
10. Voor welke waarden van x en y zijn
2x ___ 9 5 lx_^3 5
---- — 86 en ---) + 16 zoo klein mogelijk ?
• — y 4/ \y -~2x 8/
§ 76. Men kan 2 vergelijkingen van den eersten graad ook anders
oplossen kan in § 74 gedaan is.
Nemen we bv. de vergelijkingen 3a; — 4j/ = 5,
2a; + 7y = 13.
Voor de eerste vergelijking kan men schrijven — Ay f>
ot « = —-— •