Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
156
af dan de andere en komt daardoor 1 uur vroeger in B aan. Met
welke snelheid reizen die twee boden ?
30. Bepaal een getal, dat zooveel minder is dan 36 als zijn
tweedemacht meer is dan 36.
31. Herleid zoo eenvoudig mogelijk :
1^4 /2\-ï 1 ( XK24K30.)
X
■Vla
1^4 \3/ (8]^9)-i ( "1^54 )
32. Bereken met behulp van logarithmen de waarde van :
ra^^è^ «=- 0,04314.
^ / als d = 0,28168.
c = — 0,00276.
33. Iemand wil zich van een plaats A naar het station S van
een spoorweg begeven, en kan daartoe gebruik maken van een
voetpad of van een rijweg. Hij kan langs het voetpad in een half
uur korter naar S loopen dan langs den rijweg; doch dat kiezende,
zou hij aan het station komen 10 minuten na het vertrek van den
trein met welken hij wil reizen. Per rijtuig echter, waarmee hij
elk uur 2^ KM meer aflegt dan te voet, komt hij (langs den rijweg)
10 minuten vóór het vertrek van genoemden trein te S aan.
Hoe langs is de rijweg, als de weg langs het voetpad 10 KM
lang is?
Opmerking. De vraagstukken 31—33 zijn opgegeven bij het
toelatingsexamen voor Breda in 1883. De tijd voor de drie vraag-
stukken was uur.
34. Los X op uit de vergelijking:
1 ai j (a^ + ax)^ (a - r)' ^ («^ - «.r)' (a + r) " ^ j -
= 3^ . 2~ ^ . a.
35. Iemand verkoopt voor ƒ39 aan wijn, en wint daarbij zoo-
veel percent als hem de wijn guldens gekost heeft. Voor hoeveel
heeft hij den wijn gekocht?
36. Van twee getallen is het verschil 9, en hun som, met het
grootste vermenigvuldigd, levert 266 op. Welke getallen zijn dat?
37. Bepaal een vierkantsvergelijking, waarvan de wortels de
tweedemachten zijn der wortels van de verg. + 4a- + 2 = O,
zonder de laatste verg. op te lossen.
38. Iemand koopt een aantal schapen voor ƒ 360. Had hij voor
dezelfde som 6 stuks meer gekregen, dan was elk schaap / 5 goed-
kooper geweest. Hoeveel stuks heeft hij gekocht?
39. Een gezelschap van eenige personen had ƒ87,50 verteerd.