Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
«p
POSITIEVE EN NEGATIEVE GETALLEN.
§ 3. In het dagelijksch leven komen hoeveelheden voor , die sa-
mengevoegd de eigenschap bezitten, dat elke eenheid van de eene hoe-
veelheid een eenheid van de andere hoeveelheid kan opheffen of vernietigen.
Voorbeelden.
Eenige guldens winst en eenige guldens verlies.
„ „ bezitting „ „ „ schuld.
„ „ uitgaven „ „ „ inkomsten.
Een beweging van eenige meters naar boven en een beweging
van eenige meters naar beneden.
Een beweging van eenige meters vooruit en een beweging van
eenige meters achteruit.
Opmerkingen. Het eenige onderscheid tusschen de eenheden,
waaruit in ieder voorbeeld de twee hoeveelheden bestaan, ligt
hierin, dat zjj in verschillenden toestand verkeeren.
Als twee eenheden, samengevoegd, elkaar opheffen, dan zullen
ook gelijknamige deelen van die eenheden elkaar opheffen, wanneer
zij samengevoegd worden.
Bepalingen. Men noemt twee getallen van tegengestelden toe-
stand, als zij samengevoegd de eigenschap bezitten, dat elke eenheid
van 't eene getal een eenheid van het andere getal opheft of ver-
nietigt en dat elk deel van een eenheid van het eene getal een
gelijknamig deel van een eenheid van 't andere getal opheft of
vernietigt.
Van twee getallen van tegengestelden toestand neemt men een
positief; het andere wordt dan te-gelijk negatief genoemd. In-
dien dus 3 gulden winst positief genoemd wordt, dan noemt men
te-geljjk 7 gulden verlies negatief. Noemt men daarentegen 7
gulden verlies positief, dan noemt men te-gelijk 3 gulden winst
negatief.
Twee getallen van tegengestelden toestand, die evenveel een-
heden bevatten, noemt men tegengestelde getallen.
§ 4. Om positieve en negatieve getallen van elkaar te onder-
scheiden, plaatst men vóór het getal, dat men positief noemt,
het teeken + en vóór het getal, dat men negatief noemt, het
teeken —. Wanneer men een bezitting positief noemt, dan duidt
men een bezitting van 2000 aan door + 2000 en een schuld van
150 door — 150.