Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ten dienste van hun, die zich wenschen toe te leggen op het meetkundig rekenen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1823
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9086
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202222
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ten dienste van hun, die zich wenschen toe te leggen op het meetkundig rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(al)
i5, F'an de gelifkvormiglieid
der figuren (*).
1. Er ftaat eeiie muur hoog 13,6 ellen aan de
Itant van een water dat breed is 10,2 ellen,
nu heeft men een ladder gefield lang 17,0 el-
len, reikende van den ovtrkant des waters tot
den bovenkant der muur, de vraag is hoe hoog
men op dezen ladder zal moeten klimmen ten
einde 7,2 ellen over het water gepasfeerd te
zijn? (t)
2. Zeg mij nu eens, hoe hoog gezegde klim-
mer dan boven het water is?
3. Er zijn twee gelijkvormige regth. drie-
hoeken, van de kleinfte doet de bazis 9 en de
hijpothenufa 15, zoo nu de Cathetus des groot-
ften is 144 duimen vraagt men naar deszelfs
andere zijden?
4. In een driehoek ABC, welkers zijden zija
AB = 65 , BC == 70 en AC = 75 ellen , is
eene lijn DE parallel de zijde AC getrokken,
de vraag is naar de deelen der zijden BD en
BE?
5. In een andere driehoek ABC, waarvan
AC doet 36 en AB 3a palmen, is eene lijn
DÉ parallel AC getogen welks afftand van AC
in de lijn AB, als AD, is 8 palmen. Men
vraagt naar de lengte der lijn DE.
6. Van twee gelijkvormige driehoekén doen
de beide grondlijnen 25 en 30. Zoo nu de
inhoud van den eerften is 500, vraagt men naar
die des anderen ?
7-
(*) Boek 4, bcp. i. (t) Boek 4, voorftel 4 en 5.
Bock 4i. vuurael 11.
B 3