Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, J.H.; Kok, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1856
3e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8874
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202213
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
8). Gegeven om op te schrijven: zes honderd; vijf
honderd twee en vij tig; vier honderd een en negen-
tig; vier honderd en twee; drie honderd vijftig; acht
honderd vier en zestig; vier honderd zes en zeven-
tig; negen honderd een en zestig; vijfhonderd vier
en twintig; drie honderd vijf en vijftig.
9). Verder: Twee honderd en e'e'n; een honderd
en elf; honderd vijf; zes honderd zestig; zes hon-
derd zes; drie honderd en acht; acht honderd en
drie-, zeven honderd en zeven; Jionderd zeventig;
negen honderd negen en negentig.
10). Welige getallen van drie cijfers kunt gij schrij-
ven met de cijfers 7, 8 , 9 ?
n). En welke met de cijfers 7, 8, 2?
12). Schrijf eens in cijfers en ook in woorden ,
hoeveel dagen er in een jaar zijn.
13). Beproef eens, om in cijfers te zetten, de getal-
len van 101 tot en met 995, telkens met zes op-
klimmende; h. V.: 101, 107, 113 enz.
14). Schrijf nu de volgende getallen nog eens in
woorden: 100, 500, 126, 292, 307, 456, 291 , 695,
771 , 900, 816, 742, 574, 281 , 545 en 400.
15). Schrijf in woorde.n de getallen van 991 tot 901.
(c.)
1). Schrijf eens hoe de volgende getallen uitge-
sproken worden: 1000, 2000, 3000, 5000, 7000,
9000, 4600, 3700, 2500, 3750, 8910, 2750, 4540
3871, 4792, 9756. 6742.
2). Alsook: 1477, 3087, 5499, 2006, 3759, 2010,
9007, 9999, 8008, 7700, 1004, 6000, 2202, 3711,
1111.
3). Eindelijk: 1009, 1001, 1070,7101,7011,0171,
3771, 9190, 9002, 3376, 9876, 5432, 1987, 6543.
4). Men schrijve de getallen van 1770 tot 1850.
5). Welke getallen van vier cijfers kunt gij schrijven
met de cijfers 9, 8, 5 en 4, alsmede van 3, 5, 6, 7?
6). Hoeveel eenheden, tientallen, honderdtallen,