Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, J.H.; Kok, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1856
3e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8874
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202213
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
Tiaar eene stad, en neemt een pak op den rug, het-
welk 25 ponden weegt; hoe veel heeft het paard te
dragen ?
5). Men raake de rekening eens op van 30 pd.
tabak, tot ƒ 2 het pond, 12 pd snuif, tot ƒ 1 het
pond, 10 pd. thee; tot ƒ 3 het pond, en een kistje
sigaren voor ƒ 4.
6). Zeker koopman moet zeven honderd een en
vijftig gulden betalen, en heeft daartoe 300 rijks-
daalders; heeft hij genoeg, of komt hij te kort?
7). Een ander koopman moet 150 gulden betalen ,
en heeft daartoe 21 guldens, 12 rijksdaalders en 13
tien gulden stukken, wat schiet er over?
8). Een landman moet ƒ 800 pacht betalen aan
zijnen landheer. Hij verkoopt daarom 3 ossen, tot
ƒ90 het stuk; hoe veel mudden tarwe, tot ƒ 10 de
nrndde, moet hy nog verkoopen, opdat hij de be-
geerde ƒ 800 hebbe?
9). Wat is het dagelijksch inkomen van iemand,
die ƒ 50 traktement 's maands heeft, en nog elk jaar
eene toelage ontvangt van ƒ130?
10). Zeker winkelier moet van A. hebben / ^12,
van B. ƒ 6-4, en van C. ƒ97:, hetwelk ƒ 2124 be-
draagt, wat staat er onder de bedekte cijfers?
11). C. koopt, tot een pakje voor zijn zoontje,
2 el laken, van 325 cents de el; ook 1 el voering,
voor 50 cents. V^oor het maken betaalde hij, de
knoopen en het garen daaronder begrepen , 300 cents;
hoe hoog kwam nu het pakje?
12). D. gaat naar de markt met ƒ 675 om koeijen
te koopen, tegen 80 gulden het stuk; hoe veel
koeijen heeft hij gekocht, wanneer hij nog ƒ 35
overhoudt ?
13). Piet had een getal op de lei staan, 6 maal
kleiner dan 7542, en 3 maal grooter dan 419; w^elk
getal was het?