Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, J.H.; Kok, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1856
3e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8874
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202213
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
5). Indien een schrijfboeif uit vijf vellen papier be-
staat, hoe veel schrijfboeken kan men dan van 480
vellen maken ?
6). Indien men voor 9 cents 27 appelen kan koo-
pen, hoe veel appelen krijgt men dan voor 1 cent?
7J. Indien men voor 1 cent 6 knikkers koopt, hoe
veel heeft men er dan voor een' stuiver ?
8). Een tuinman wil 791 boomen in 7 rijen plan-
ten ; hoe veel moet hij er in elke rij zetten ?
9). Hoe veel weken is een kind oud geworden, dat
3605 dagen geleefd heeft ?
10). Hoe veel is 876546
-ir-'
11). Hoe veel is (36 + 45 + 972) x 100 ^
12). Hoe veel is (7 + 77 + 7^7—109) x 95^
7
13). Acht kinderen hadden twee gulden te deelen ;
hoe veel was ieders aandeel? NB. Maak eerst de gul-
dens tot stuivers.
14). Zes arbeiders hebben te zamen verdiend 426
gulden ; hoe veel komt elk daarvan toe ?
15). Eenige kinderen hebben 300 centen gelijkelijk
verdeeld, en daarvan elk 5 centen ontvangen; men
vraagt hoe veel kinderen er waren ?
16). Hoe menigmaal moet men 7 nemen, om 21,
28, 42, 49 en 63 te hebben?
17). Hoe menigmaal kunt gij 9 afnemen van 63,
72, 108. 180, 279, 5.580 en 27909?
18). Eenige paarden hebben te zamen 176 pooten ;
hoe veel paarden zijn er ?
19). Vijf jongens moeten met elkander 4 gulden
deelen; hoe veel centen komt ieder daarvan toe?
20). Iemand heeft in eene week 9 gulden verteerd,
en nog 5 gulden over gehouden; hoe veel heeft hij
dagelijks verdiend?