Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, J.H.; Kok, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1856
3e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8874
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202213
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
12). Van 100100100 trekke men 999999.
13). Pieter zegt, dat 9000—9— 1999, en 7070707
—90909=7069798 is; is dit zoo?
14). Zeg nu eens lioe veel 707965 + 999999—87765
+ 77657972—12345678 + 9876054—989877 is.
15). Hoe veel is honderd min negen meer dan vijf-
tig min negen ?
(e.)
1). Karei heeft 70 knikkers, en geeft er 39 van
aan zijn' broeder; hoe veel behoudt hij er d»n
2). Iemand plukt in een' boomgaard 5000 appelen
en 3090 peren ; hoe veel appelen heeft hij meer ge-
plukt dan peren ?
3). In eene school zaten 120 jongens en 98 meis-
jes; hoe veel jongens waren er meer dan meisjes?
4). Indien Hendrik van zijne 20 cents, die hy in
de beurs heeft, een dubbeltje aan eene arme vroiwv
geeft; hoe veel stuivers behoudt hy dan nog?
5). M. moest ƒ 1000 hebben, om zyne schulden te
betalen, maar hij had slechts ƒ720; hoe veel guldens
komt hij te kort?
6). Mietje moest voor hare moeder in den winkel
voor 12 stuivers kruidenierswaren halen. Zij gaf den
winkelier een' gulden en kreeg toen terug, een stui-
ver, een dubbeltje en een kwartgulden. Had Mietje
te veel of te weinig terug gekregen ?
7). Geertruida heeft in haar beursje een stuivertje,
een dubbeltje en een kwartgulden; hoe veel centen
kan zij daarvoor inwisselen ? Wanneer zij een boekje
voor 15 eenten koopt; weet gij dan wel, hoeveel zij
overhoudt?
8). In zekere stad zijn 20800 inwoners en in eene
andere slechts 4778; hoe veel menschen zijn in de
eene stad meer dan in de andere?
9). Een landman heeft 100 mudden rog, 60 mud-
den tarwe en 40 mudden haver, en verkoopt er van