Boekgegevens
Titel: Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, J.H.; Kok, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1856
3e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8874
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202213
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Praktisch cijferboek voor de Nederlandsche jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
6). Hoeveel bedraagt de som van al de getallen
tusschen 65 en 90?
7). Willem had 24 knikkers, Jan 36 en Kees 97;
hoeveel knikkers hadden zij te zamen?
8). Hoe dikmaals slaat de klok in 12 uren?
9). Een koopman ontvangt 6 vaten suiker; hoe-
veel ponden zijn er in die 6 vaten te zamen ?
10). Hoeveel dagen hebben de maanden Decem-
ber, Mei, Junij, Augustus, January en September
te zamen?
11). In de 3 klassen van eene school waren: 36,
40, 20 jongens, en 30, 39, 18 meisjes; hoeveel
meisjes waren in de geheele school?
12). Een landman heeft geoogst, 76 mud tarwe, 10
mud gerst, 36 mud haver, 98 mud rogge en 15 mud
erwten; hoeveel mudden heeft hij in het geheel in-
gezameld ?
13). Een grutter had in zes dagen verkocht: den 1«'°"
dag 25 kop, den 24"" dag 33 kop, den S"»«" dag 42
kop, den 4^=« dag 27 kop, den dag 32 kop en
den öti^" dag 23 kop gerst; hoeveel was dit te zamen ?
14). Met welke stukjes geld kunt gij een kwart-
gulden afpassen ?
15). De som der getallen van 1 tot 40 te vinden.
16). Een kleermaker ontving een stuk laken van
65 ellen, een van 75 ellen , een van 36 ellen en een
van 44 ellen; hoeveel ellen laken had hij te zamen ?
(e.)
1). Tel de volgende getallen nog te zamen.
134 256 128 126 305
214 128 456 243 216
325 423 789 154 124
416 615 123 164 292
324 234 450 253 645