Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
Evenzoo de vijfzijdige piramide enz. Hiernevens vindt
men de afbeelding van een regelmatige en van een onregel-
matige vijfzijdige piramide.
DE ZUILEN.
§ 158. Aan een regelmatig driezijdig prisma leert men
onderscheiden: grondvlak, bovenvlak en opstaande zijvlak-
ken. Naar het aantal van deze zegt men een driezijdig
prisma. Welke gedaante heeft het grondvlak? (Het is een
driehoek). Welke soort van driehoek is het grondvlak?
Welke gedaante heeft het bovenvlak? Welk soort van drie-
hoek is het bovenvlak? Bestaat er ook onderscheid tusschen
grond- en bovenvlak, wat de grootte of den vorm betreft ?
In welk opzicht leveren zij onderscheid op? (in ligging).
Welke gedaante heeft dit opstaande zijvlak? En dat?
Wat weet gij van de lengten dier 3 rechthoeken? Wat weet
gij van hun breedte? Wat weet gij van hun grootte?
§ 159. Hoeveel hoekpunten zijn er bij het grondvlak?
„ „ „ „ „ bovenvlak?
Zijn er nog meer hoekpunten? Hoeveel zijn er dus in
't geheel ?
Hoeveel ribben zijn er bij het grondvlak? Hoeveel bij het
bovenvlak? Hoeveel opstaande ribben zijn er? Hoeveel
ribben zijn er dus in 't geheel ?
Hoeveel ruimteboeken zijn er?
„ drievlakshoeken zijn er ?
§ 160. De onderlinge stand der ribben en zijvlakken. Men
doe opmerken, dat de opstaande ribben evenwijdig loopen,
dat elke ribbe van het grondvlak evenwijdig loopt met een
ribbe van het bovenvlak, dat de opstaande ribben rechthoe-
kig op grond- en bovenvlak staan, dat de opstaande zijvlakken
rechthoekig op het grondvlak en op het bovenvlak staan,
dat de opstaande zijvlakken scheef op elkaar staan, dat
grond- en bovenvlak evenwijdig zijn.