Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
men eenige voorwerpen uit het dagelijksch levfen voorstellen.
Nadat enkele voorwerpen behandeld zijn, waarbij men de
vindingskracht van den leerling zooveel mogelijk vrij spel
laat, beschouwe men de voortzetting van die oefeningen als
een spel voor de leerlingen, waarmee zij zich te huis kunnen
vermaken. Men late de leerlingen daarbij vrij in de keuze
der voorwerpen, die zij willen vormen.
§ 149. Opmerkingen, i. Het spitsen van de staafjes en
het afsnijden op behoorlijke lengte geschiedt door de leer-
lingen.
2. Het is in de meeste gevallen niet onverschillig in welke
volgorde de staafjes in de balletjes gestoken worden. Bijv.
bij het afbeelden van een "kwadraat steke men, nadat drie
zijden aaneengevoegd zijn, aan het vierde staafje de beide
balletjes, die men nog noodig heeft.
3. Sommigen laten de figuren, die door de leerlingen
vervaardigd zijn, vervolgens nateekenen. Dit heeft het voor-
deel, dat alle leerlingen de figuur in een zelfden stand kun-
nen teekenen, wat op de gewone wijze bij de methode van
Dupuis niet het geval is. Men ontmoet echter een bezwaar
in de omstandigheid, dat bv. het geraamte van den kubus,
dat de leerling samenstelt, aanvankelijk niet zoo nauwkeurig
wordt, als een model van Dupuis , dat door een bekwaam
werkman is vervaardigd.
4. ,,Zoolang het kind nog vermaak heeft in hetgeen hij
met een paar erwten en een paar stokjes kan maken, moet
men hem niet eens laten vermoeden, wat er al gemaakt kan
worden; dan zal elke vordering een blijde verrassing en aan-
moediging voor het kind zijn, terwijl hij anders ongeduldig
steeds naar het moeilijkste vraagstuk zal trachten, en bevin-
dende, dat het boven zijne krachten is er iets dragelijks van
te maken, zal hij of het werk laten varen, als voor hem te
zwaar, of hij zal een ander gebruiken om het voor hem af
te maken. Daarin ligt een gevaar voor het kind; hij zal zich
schamen, dat hij niet geslaagd is, en er zoo ligt toe komen
om te zeggen, dat hij het werk zelf gemaakt heeft, al heeft