Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
go
De groote opvoedkundige beteekenis van het staafjes-steken
is weer hierin gelegen, dat de leerlingen zelf iets vervaar-
digen. Met eenige inspanning en met oplettendheid verrichten
zij iets, waarbij de uitkomst hun genoegen verschaft. Voor
de vormleer zijn de geraamten van groot belang, omdat bij
een lichaam van hout nooit al de ribben zichtbaar zijn. Het
vervaardigen van die geraamten steunt daardoor het tee-
kenen zeer.
Wat nu den geschikten leeftijd betreft, men handelt in
overeenstemming met Fellner, als het staafjes-steken een
aanvang neemt, zoodra men een geraamte van den kubus
wil laten vervaardigen. Hiermee kan echter niet aangevangen
worden, daar de leerlingen eerst handigheid moeten verkregen
hebben en ook het oog eerst moet geoefend zijn aan meer
eenvoudige figuren.
Hiertoe begint men, met de vroeger in de vormleer be-
handelde vlakke figuren door staafjes te laten voorstellen.
Men laat dus een scherpen, een stompen en een rechten
hoek voorstellen. (Ter oefening late men ook twee staafjes
zóó steken, dat zij eikaars verlengde vormen.)
Het balletje maakt hier, dat de voorstelling van een hoek
op deze wijze minder zuiver is, dan wanneer men twee
strepen teekent. Ook zijn de strepen dunner dan de staaf-
jes. Is echter de teekening voorafgegaan, dan kan de voor-
stelling door middel van twee staafjes, die de leerling zelf
in een balletje steekt, slechts strekken, om het begrip dui-
delijker te maken.
Behalve de voorstelling der eenvoudigste vlakke figuren
uit de vormleer kan men eenige regelmatige stervormige
(vlakke) figuren nemen, en na de voorstelling der geraamten
van de eenvoudige lichamen uit de vormleer kan men eenige
voorwerpen uit het dagelijksch leven laten voorstellen.
§ 148. Men late dus eerst de vlakke figuren voorstellen.
Daarna gaat men weer geregeld voort met de vormleer, en
laat van de overige lichamen de geraamtes vervaardigen, waar
dat in deze handleiding wordt aangewezen. Ten slotte late