Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
De staafjes of stokjes moeten recht zijn en worden aan
beide uiteinden gepunt.
De erwten worden gedurende 12 uur in putwater geweekt
en vervolgens 2 uur gedroogd, uitgespreid op papier, een
bord of iets dergelijks. Op die wijze worden zij zacht en
tevens geschikt om de ingestoken staafjes vast te houden.
Laat men de figuren een tijdlang liggen, dan worden de erwten
weer hard, en het geheel hangt eenigszins stevig samen.
De kogeltjes van kurk worden ter grootte van erwten met
een schaar uit kurken of kurkbladen gesneden.
De kogeltjes van was kunnen uit eenigszins verwarmd was
gevormd worden; dit wordt nog iets gemakkelijker gemaakt,
als men het was eerst smelt en met een weinig reuzel vermengt.
Voor de bewaarschool zijn de erwten verkieslijk, voor de
lagere school de kogeltjes van kurk of was. Daar men deze
bezigheid het eerst heeft toegepast op de bewaarschool en
toen erwten bezigde, spreekt men gewoonlijk van Erbsenar-
beiten. Het is echter gebleken, dat zij voor de bewaarschool
wat moeilijk is. Om deze en andere redenen zou ik die
bezigheid liever willen bewaren voor oudere kinderen.
§ 147. Het beste gebruik, dat men nu van het staafjes-
steken kan maken, is de vervaardiging der geraamten van
de meest voorkomende veelvlakken. Köhler schrijft in zijn
werk over kindertuinen het volgende : ,,Reeds in de vorige
eeuw was dat werken met erwten in Thüringen bekend en
vooral des winters hield oud en jong zich daarmee bezig om
den tijd te verdrijven. Uit zekere bron weet ik, dat een rijk
landbouwer te Friemar bij Gotha zich bij gemis der teeken-
kunst van dat middel bediende, om aan handwerkslieden
modellen te kunnen geven van zijn te bouwen huizen, schu-
ren en stallen. Ook van gevangenen wordt verteld, dat zij
zich van dat middel bedienden, om den tijd te verdrijven.
Fröbel trof die bezigheid bij het volk aan en erkende daarin
een doelmatig middel, dat zeer goed paste bij zijn spel en
zijn andere middelen, om de kinderen bezigheid te ver-
schaffen".