Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
FIGUREN IN DE RUIMTE,
STAND VAN VLAKKEN EN LIJNEN.
§ 140. Men wijst op vlakken, die rechthoekig op elkaar
staan, zooals de wanden van het schoolvertrek, de zijvlakken
van een kubus, een rechthoekige zuil, enz. Evenzoo op
vlakken, die onderling een scheeven stand innemen. Men
wijst er hier op, dat de rechthoekige "vierzijdige zuil een
bijzonder geval is van de vierzijdige.
Met twee dunne bladen, die door een scharnier verbonden
zijn, of met een dubbel gevouwen stuk bordpapier, late men
zien, dat een tweevlakshoek even als een vlakke hoek grooter
en kleiner kan gemaakt worden. Men onderscheidt rechte
scherpe en stompe ruimteboeken.
§ 141. Men plaatst een dun staafje, dat een lijn voor-
stelt, rechthoekig op een plat vlak. Men plaatst een andere
aldus voorgestelde lijn scheefhoekig op dat vlak, en vraagt
naar den stand van beide lijnen ten opzichte van dat vlak.
Men doe opmerken, dat bij een rechte lijn, die schuins
op een plat vlak staat, die schuine stand niet uit ieder
oogpunt goed zichtbaar is. NI. niet wanneer het vlak, dat
door het oogpunt en de lijn gaat, rechthoekig staat op het
gegeven vlak.
Hieruit blijkt, dat het, om op het oog te onderzoeken of
een rechte lijn rechthoekig op een plat vlak staat, niet vol-
doende is één enkelen stand in te nemen en van daar uit te
kijken.
Twee standen zijn voldoende, als niet de beiden oogpunten
met de rechte lijn in één vak liggen.