Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
7, io6, 113 of de omtrek 22, 333, 355 is, terwijl het vol-
doende is, als men n nauwkeurig neemt in 2, 4 of 6 deci-
malen. Het geheele voordeel komt ten slotte hierop neer,
dat men uit het hoofd weet, wat ook bij het rekenen met
een decimale breuk voor n blijkt. Wil men bv. in twee
decimalen den omtrek kennen van een cirkel, wiens middel-
lijn 7 is, dan vindt men
7 X 3.1416 = 21,9912 . . .
en dus vrij nauwkeurig 22. Men ziet hier echter tevens,
dat 21,99 nauwkeuriger is dan 22.
Wordt de middellijn gevraagd, als de omtrek 355 is, dan
vindt men
3,1416/355,00 = 113
314 16
40840
31 416
94240
94248
Wordt gevraagd in tienduizendsten nauwkeurig den omtrek
te berekenen, als de middellijn 32 is, dan meene men ook
niet, dat
333
32 X
106
aan het vereischte voldoet. Als men nl. van ^^ weet, dat
106
zijn fout minder is dan i tienduizendste, dan weet men van
32 maal dat getal alleen, dat zijn fout minder is dan 32
tienduizendslen.