Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Als twee cirkels elkaar uitwendig raken, is de afstand der
middelpunten gelijk aan de som der stralen.
In elk bijzonder geval moet opgemerkt worden, dat de
twee deelen der figuur samenvallen, als men deze omvouwt
volgens de rechte lijn, die door de twee middelpunten gaat.
BOOGGRADEN, MINUTEN EN SECONDEN.
§ 131. Vereeelt men de 4 rechte middelpuntshoeken bij
een cirkel in 360 gelijke deelen, dan is elk deel een graad.
De beenen van al die graden verdeelen den cirkelomtrek
in 360 gelijke deelen. Elk van deze deelen noemt men
ook een graad \ ter onderscheiding echter spreekt men som-
tijds hierbij van een booggraad en bij de hoeken van. een
hoekgraad. Volgens het voorgaande hebben wij nu: een
middelpuntshoek bevat evenveel hoekgraden en deelen daarvan
als de boog, waarop hij staat, booggraden en deelen daarvan.
Verdeelt men nu zoowel bij de hoeken als bij de cirkel-
bogen een graad in 60 minuten en een minuut in 60 secon-
den , dan heeft men ook : een middelpuntshoek bevat evenveel
graden , mimiten , seconden en deelen van seconden, als de
boog, waarop hij staat.
Men kan hier ter toepassing van minuten en seconden
een aantal vraagstukken opgeven, die vroeger alleen met
graden behandeld zijn. De opgaven dienen dan tevens tot
herhaling van het vroeger geleerde.
VEELHOEKEN IN DEN CIRKEL.
zegt, dat een driehoek, vierhoek, vijfhoek,
enz.' in een cirkel beschreven is, als zijn
hoekpunten in de kromme lijn liggen. Van
den cirkel zegt men, dat hij om den drie-
hoek, enz. beschreven is.
§ 133. Als van een driehoek, vier-
hoek, enz. die in een cirkel beschreven
is, de zijden even lang zijn, dan zijn ook
de hoeken gelijk. Deze waarheid valt den