Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
we tot den kubus', die weinig meer eenvoudig is dan een
willekeurig rechthoekig parallelepipedum, waarvan hij een
bijzonder geval uitmaakt.
§ 2. Gewoonlijk heeft het schoolvertrek inwendig den
vorm van een rechthoekig parallelepipedum, en in dat geval
heeft men aan het schoolvertrek, een rechthoekig parallelepi-
pedum en een kubus een drietal lichamen, waarmee men zeer
geschikt het onderwijs in de vormleer kan aanvangen.
Het schoolvertrek met het parallelepipedum leveren samen
het voordeel eener alzijdige beschouwing op. In het eene
geval is de leerling buiten het lichaam in het andere geval
er binnen. Dit is de voorname reden, dat men het school-
vertrek niet geheel ter zijde laat. Had het schoolvertrek den
vorm van een kubus, dan zou men het rechthoekig paralle-
lepipedum voorloopig ter zijde laten; maar er bestaat geen
bezwaar tegen de beschouwing van het rechth. par. hier. Het
is een eenvoudig lichaam en levert naast den kubus het voor-
deel op van onderling verschillende zijvlakken. Ook kan
men de namen lengte, breedte en hoogte beter bij het paralle-
lepipedum doen kennen, dan bij den kubus, waar ze gelijk zijn.
§ 3. Om de bovengenoemde reden beschouwen wij het
schoolvertrek en een rechthoekig parallelepipedum na elkaar,
en de vraag is nu of de kubus het eerst komt of het laatst.
Hij heeft boven de andere lichamen voor, dat hij meer een-
voudig is. Daarentegen heeft men bij het schoolvertrek het
voordeel, dat men de ruimteboeken en drievlakshoeken kan
zien. We zullen hier echter de voorkeur geven aan het een-
voudigste , daar vooreerst de ruimteboeken, drievlakshoeken,
enz. in de vormleer weinig ter sprake komen, terwijl een
duidelijke opvatting van deze begrippen wel zooveel moeite
oplevert, dat het goed is, er nog wat mee te wachten. Ge-
heel ter zijde laten gaat niet aan, daar ze nu eenmaal voor-
komen aan de lichamen, die wij alzijdig willen beschouwen.
Ook is het noodig, op den ruimteboek te letten bij de be-
schouwing van den rechthoekigen en scheeven stand van twee
platte vlakken onderling.