Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
§ I ig. Een gegeven rechte lijn in 3 gelijke deelen te verdeelen.
Als AB de gegeven lijn is, trekken we de lijn BC en
meten hierop 3 gelijke stukken BD, DE en EF af. We
vereenigen F met A, en trekken EG en DH evenwijdig aan
FA. De lijn AB is dan in drie gelijke stukken [verdeeld.
Op dezelfde wijze kan een gegeven rechte lijn in vier, vijf,
zes, enz. gelijke stukken verdeeld worden.
§ 120. Nemen wij
een driehoek ABC,
waarin de lijn DE
evenwijdig loopt met
BC. Als dan AB 5
decimeter is en AD
3 decimeter, terwijl
men bovendien weet,
dat AE 4 decimeter
is, zoo is de vraag
hoe lang AC zal zijn.
Verdeelen wij AB
in 5 decimeters en
trekken we uit de deelpunten lijnen evenwijdig aan BC. Nu
wordt AC ook in 5 gelijke deelen verdeeld , en AE bevat
3 van die deelen. Daar AE = 4dM is, is elk der 3 deelen
van AE gelijk aan V-, decimeter. Daar AC 5 van die deelen
bevat, is AC = 5 X % decimeter = 2% dM = 6% dM.
Op deze wijze worden verschillende voorbeelden behandeld.
Van onmeetbare getallen is daarbij geen sprake, en wanneer
AD of AB een gebroken aantal decimeters, centimeters,
meters, .... bevatte, zouden we ze uitdrukken in onder-
deelen van die maten,
zóó dat we geheele ge-
tallen kregen. Het is over-
bodig, hier van evenredig-
heden te spreken.
§ 121. Dezelfde bereke-
ning wordt nu ook toege-
past op gelijkvormige driehoeken, die naast elkaar geplaatst zijn.