Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
71
§ 114. Trekt men uit een punt P buiten een rechte lijn
een loodlijn op deze en een schuine lijn, dan is de schuine
lijn langer dan de loodlijn.
Trekt men aan weerszijden van de loodlijn een schuine
lijn, zoodat AB = AC, dan zijn de schuine lijnen gelijk.
§ 115. Trekt men uit een punt P
buiten een rechte lijn een schuine
lijn PD, wier voetpunt verder van het
voetpunt der loodlijn verwijderd is
dan het voetpunt B of C van een
andere schuine lijn, dan is de eerste
schuine lijn (PD) grooter dan de
tweede (PB of PC).
GELIJKVORMIGE DRIEHOEKEN.
§ 116. Van twee vierkanten, wier. zijden ongelijk zijn,
ziet de leerling, dat zij verschillen in grootte, maar over-
eenkomen in vorm of gedaante. Hetzelfde ziet hij van twee
kuben, wier ribben ongelijk zijn. Bij regelmatige figuren
of lichamen is het begrip van gelijkvormigheid zeer eenvoudig
voor den leerling. Wij moeten hem in de vormleer behulp-
zaam zijn bij de toepassing van hetzelfde begrip op minder
eenvoudige figuren.
Nu is het de vraag, of wij zullen aanvangen met den
driehoek dan wel met den rechthoek. Daarbij merken wij
op, dat bij gelijkvormige figuren de evenredigheid der zijden
en de gelijkheid der hoeken voorkomt. Hiervan is het laatste
een eenvoudiger begrip dan het eerste, en bij de driehoe-
ken is de gelijkheid der hoeken alleen reeds voldoende, om
gelijkheid van vorm te hebben.
§ 117. Men teekene twee gelijkzijdige
driehoeken en vrage, of zij gelijk zijn,
of zij verschillen in grootte , en of zij ver-
schillen in vorm.
Evenzoo twee gelijkbeenige rechthoekige
driehoeken.