Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
mmmmmmm
ONGELIJKE ZIJDEN EN HOEKEN IN EEN
DRIEHOEK.
§ I lo. Een zijde van een driehoek is kleiner dan de an-
dere twee samen. Deze eigenschap kan den leeriing niet
duidelijker gemaakt worden dan ze reeds is. Hetzelfde geldt
voor de eigenschap, dat een rechte lijn, die twee punten
vereenigt, korter is dan elke andere lijn, die tusschen de-
zelfde punten wordt getrokken.
§ III. Zijn twee zijden van een drie-
hoek ongelijk, dan ligt tegenover dc grootste
der twee zijden een grootere hoek dan
tegenover de andere zijde.
Als AC grooter is dan AB, neemt
men AD = AB en trekt DB. De leer-
ling ziet dan verder terstond, dat Z C kleiner is dan Z D
en nog zoo veel te meer kleiner dan hoek B.
§ 112. Als twee hoeken van een driehoek ongelijk zijn,
staat tegenover den grooteten der twee hoeken een grooter zijde
dan tegenover den anderen hoek. De leerling kan dit terstond
uit de figuur zien. Wil men de eigenschap nog beter in
't oog doen vallen, dan trekke men een rechte lijn lood-
recht op het midden der grondlijn.
§ 113. Dat in een rechthoekigen driehoek de schuine zijde
grooter is dan elk der rechthoekszijden blijkt den leerling
rechtstreeks uit een figuur en mag op de lagere school niet
zooals in de meetkunde beschouwd worden als een bijzonder
geval der voorgaande eigenschap.
Evenmin, dat in een stomphoekigen driehoek de zijde tegen-
over den stompen hoek het grootst is.