Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iniA !• JU
' c.r/
X
DE HOOFDBEGRIPPEN DER VORMLEER.

§ I. Door de hoofdbegrippen der vormleer verstaan wij
behalve lichamen, vlakken en lijnen ook veelvlakshoeken,
tweevlakshoeken of ruimteboeken en vlakke hoeken. De eerste
vraag is nu, met welk van die begrippen wij zullen aanvan-
gen. De hoeken worden gevormd door lijnen of vlakken,
zoodat wij van vlakken en lijnen moeten spreken, voor we
overgaan tot de hoeken. Maar vlakken en lijnen hebben
geen zelfstandig bestaan. Lijnen zijn grenzen van vlakken,
en deze zelf zijn grenzen van lichamen. We moeten dus
met het lichaam aanvangen en hieraan vlakken, lijnen enz.
doen opmerken. Nu kan men ook wel tot de voorstelling
van een vlak komen, door een dun lichaam te nemen, b.v.
een vel papier en hiervan de dikte weg te denken; maar
het vormen van die voorstelling is veel moeilijker voor den
leerling dan het opmerken van een vlak aan een lichaam.
Wanneer we dus b.v. een rechthoek op het bord teekenen,
dan zal deze voor ons in de eerste plaats de afbeelding zijn
van een grens van een of ander lichaam. Wel komt de
rechthoek ook veelvuldig voor als de afbeelding van een
stuk land, waarvan de leerling de oppervlakte moet bere-
kenen, maar zulk een stuk land kan gewoonlijk niet met één
oogopslag overzien worden en de verdeeling in vierkante een-
heden is hier niet uitvoerbaar; zoodat zulk een berekening
eerst in de tweede plaats komt.
Nu zijn de eenvoudigste lichamen de bol en de kubus ;
maar aan het eerste kunnen wij geen lijnen of hoeken doen
opmerken, terwijl we ook de gebogen vlakken moeten laten
volgen op de meer eenvoudige platte vlakken. Zoo komen