Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
en B ieder met P en Q dan vormen die vier vereeni-
gingslijnen een ruit, waarvan AB en PQ de
hoeklijnen zijn, en hieruit blijkt opnieuw, dat
PQ rechthoekig middendoor is gedeeld.
Vraagstuk. Op een gegeven lijn als middel-
lijn een cirkel te beschrijven.
Een gegeven rechte lijn in 4 en 8 gelijke
deelen te verdeelen.
Opmerkingen. Men is niet gewoon, leerlingen
der lagere school met een passer op het papier
te laten werken. Toch verdient dit sterke aanbeveling. Zal
de leerling vaardigheid krijgen in het verrichten van een con-
structie, zooals de bovenstaande, en inzicht in het samenstel
der meetkundige figuren, dan moet hij zelf herhaaldelijk con-
structies verrichten. Zien alleen of hoofdzakelijk zien is voor
de lagere school onvoldoende; bij het zien moet het doen
komen. Op bord kan men niet te veel constructies laten
verrichten. Men late zich vooral niet weerhouden door de
moeilijkheid, die de leerling aanvankelijk ondervindt, om nette
figuren te teekenen. Hoe grooter die moeilijkheid is, des te
meer zal na het overwinnen er van de handvaardigheid van
den leerling verhoogd zijn.
§ 96. TJit een punt buiten een rechte lijn een loodlijn op
die lijn neer te laten.
Zij P het punt en AB de rechte lijn. Beschrijft men uit
P als middelpunt een cirkelboog, die AB snijdt in C en D en
vervolgens uit C en D met een
zelfden straal twee cirkelboogjes,
die elkander snijden in Q, dan is
PQ de loodlijn. Het valt den
leerling in 't oog, dat de figuur
symmetrisch is ten opzichte van
T PQ als as. Kiest men in beide
gevallen denzelfden straal PC, dan komt de figuur geheel
overeen met die bij vorige constructie.
Hoeveel loodlijnen kan men uit een punt buiten een rechte