Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
m—

60
driehoeken, die rechthoekig, gelijkbeenig en onderling gelijk
zijn. Dat alles kan de leerling rechtstreeks zien bij goed
geteekende figuren.
Verdeelt men een vierkant in twee deelen door een lijn
evenwijdig met een zijde, dan zijn die deelen rechthoeken.
Verdeelt de evenwijdige lijn de zijden, die ze ontmoet, in
gelijke stukken, dan vallen de twee rechthoeken samen.
Trekt men in een rechthoek een rechte lijn evenwijdig met
een paar zijden, dan wordt hij verdeeld in twee andere recht-
hoeken. Deelt die deellijn 2 zijden middendoor, dan wordt
de rechthoek verdeeld in twee andere rechthoeken, die samen-
vallen, als men de figuur omvouwt volgens de deellijn. Er
zijn twee zulke deellijnen bij den rechthoek. Vouwt men een
rechthoek om volgens een hoeklijn, dan vallen de twee deelen,
waarin hij door die hoeklijn verdeeld wordt, niet samen.
§ 92. De hoeklijncn van een rjiit deelen elkaar
rechthoekig middendoor. Hierbij valt hetzelfde
op te merken als in de vorige paragraaf.
Teekent men een ruit met de beide hoek-
lijnen zóó, dat éen van deze horizontaal is, dan
valt in het oog, dat de hoeklijncn van een ruit
de hoeken middendoor deelen.
Teekent men een ruit zóo, dat de eene diagonaal, indien
zij getrokken was, horizontaal zou loopen, dan ziet de leer-
ling terstond, dat de afstand van het eene paar evenwijdige
zijden even groot is als de afstand van het andere paar.
Trekt men in een ruit de
beide hoeklijnen, dan wordt
zij verdeeld in 4 driehoeken,
die rechthoekig zijn, gelijk-
beenig en onderling gelijk.
§ 93. Het oppervlak van
ccn ruit te berekenen, ah de
lengte der hoeklijnen gegeven is.
Men trekke door de hoek-
punten der ruit lijnen, even-