Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
schouwing valt en van het meeste belang is voor de praktijk.
Volgens het bovenstaande is de vormleer een aanschou-
welijk leervak, waarbij geen afgetrokken redeneeringen voor-
komen. Toch dient het ook, om op grondige wijze langs
aanschouwelijken weg afgetrokken begrippen aan te brengen
van de meest voorkomende meetkundige figuren. Zooals
altijd moet men ook hier zorgen, dat het abstraheeren zon-
der de minste overhaasting geschiedt. De vormleer in haar
geheel kan beschouwd worden als een stevigen en onmisbaren
grondslag voor wetenschappelijk onderwijs in de meetkunde.
De verhouding tusschen vormleer en meetkunde is volko-
men dezelfde als die tusschen het rekenen van de lagere
school en de wetenschappelijke rekenkunde van het gym-
nasium, de hoogere burgerschool of de kweekschool voor
onderwijzers.
De leerwijze is voor de vormleer zoowel als voor het reke-
nen de zelfzoekende. De eigenschappen worden den leerling
niet meegedeeld, hij moet ze zelf vinden. De onderwijzer
moet door vragen den leerling tot het beoogde doel leiden.
Daarbij moet de leerling niet alleen zelf zien, hij moet zoo-
veel mogelijk zelf doen. Het teekenen treedt dus ook op
als hulpvak van de vormleer. Een verbinding of samen-
smelting van de beide leervakken levert geen voordeel op.
Elk der beide heeft haar eischen, waartegen men niet mag
zondigen om een kunstmatige verbinding tot stand te bren-
gen. Dat hier en daar de beide vakken elkaar zullen steu-
nen , blijft niettemin waar. Andere middelen, om de zelf-
werkzaamheid van den leerling in toepassing te brengen,
komen te gelegener plaatse ter sprake.
Nov. 1876.