Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
derde figuur is minder eenvoudig, maar toch ook zeer bruik-
baar. Alleen wanneer H buiten den driehoek valt, moet men
nog afzonderlijk letten op het gedeelte van AHJ, dat buiten
ABC valt. De voorstelling eischt dan een omslachtige toe-
lichting.
Bij het toepassen der bovenstaande handelwijze late men
door middel van een papier de verplaatsingen der driehoeken
werkelijk uitvoeren door de leerlingen.
Anders. Men late van een recht-
hoekigen driehoek zien, dat hij de
/ helft is van een rechthoek, die ge-
/ lijke grondlijn en gelijke hoogte met
/ den driehoek heeft. Daarna berekene
B
C
JD
\
E
men het oppervlak van een rechthoe-
kigen driehoek.
Op dezelfde wijze late men zien, dat een willekeurige drie-
hoek de helft is van een parallelogram dat dezelfde grondlijn
heeft als de driehoek en gelijke hoogte.
§ 86. Van een rechthoekigen driehoek late men zien,
dat hij de helft is van een rechthoek met dezelfde grondlijn
en gelijke hoogte als de driehoek.
Valt de loodlijn, uit het toppunt
van een scheefhoekigen driehoek op
de grondlijn neergelaten , op de grond-
lijn zelf en niet op haar verlengde,
dan kan men rechtstreeks laten zien,
dat de driehoek de helft is van een rechthoek, die met den
driehoek de grondlijn en de hoogte gelijk heeft.
Door een rechte lijn te trekken, die de opstaande zijden
van een driehoek middendoor deelt, en uit het eene uiteinde
der grondlijn een rechte lijn, die evenwijdig loopt met de
overstaande zijde, kan men laten zien, dat een driehoek gelijk
is aan een parallelogram, dat dezelfde grondlijn heeft als de
driehoek en half zoo hoog is.
Opmerking. Dit is niet eenvoudiger dan wat hierboven
is gezegd. Maar heeft men twee even eenvoudige manieren