Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
£
\ V \
» \>
\ \>
ac miauens aer omen mmnïgi^ en de hoogte gelyk aan
de helft der hoogte van
het trapezium.
Zij ABCD het trapezium.
Vouwen wij het eerst sa-
men volgens de lijn EF,
zóó dat CD in GH komt.
De driehoeken BFG en
B AEH zijn dan gelijkbee-
nlg. Door om te vouwen
Y}L kan AEK op HEK gebracht worden, en
dobt om Ie voM^Nen volgens ¥L kan BFL op A GFL
^oïden g^ebYacU.
Wel ^e\\ee\e trapezium is dan semengevouwen tot het
dnbbek van den reclithoek EFLK.
1
een der koeken aan de grondlijn stomp, dan kan het
samenvouwen tock op dezelfde wijze geschieden.
k

IH
Cr Ti
0?PEML^K VAU ÜEH DRIEHOEK.
\
I "Dat het oppervlak van den rechthoekigen driehoek
ia aan dat van een rechthoek, die de eene rechthoeks-
zijde tot grondlijn en de helft
der andere tot hoogte heeft, kan
op de volgende aanschouwelijke
manier bewezen worden. Trekt
men door het midden D van BC
de lijn DE evenwijdig aan AB,
___ maakt men DE = AB en trekt
^ ® men AE, dan is AE = BD = CD.
"De düeVvoeken AEK en CDK hebben nu een zijde en de