Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
Verlengt men AB en DC door B en C heen, dan valt in
het oog, dat de vier hoeken van een parallelogram samen
gelijk zijn aan vier rechte hoeken.
Dat twee overstaande hoeken van een parallelogram gelijk
zijn, blijkt op de volgende wijze. Men verlengt van Z D
de beenen door het
hoekpunt heen. De
leerling ziet dan, dat
Z B gelijk is aan hoek
HDE, wiens beenen
evenwijdig loopen met
die van Z.B. En van
hoek HDE ziet de leer-
ling, dat hij weer gelijk is aan ^ D van het parallelogram.
Zoo wordt hem duidelijk, dat de hoeken B en D van het
parallelogram gelijk zijn. Men kan bij dit alles ook nog BA
aan den kant van A verlengen, maar ik acht dit niet noodig.
Met de hoeken A en C handelt men op dezelfde wijze.
Een hoek van een parallelogram is 75 graden; bereken
de andere hoeken van dat parallelogram.
Als een hoek van een parallelogram recht is, wat weet gij
dan van de overige hoeken.? Een parallelogram, waarvan
de hoeken recht zijn, wordt een rechthoek genoemd.
§ 68. De leerlingen zien, dat twee overstaande zijden van
een parallelogram even lang zijn.
Als twee opeenvolgende zijden van een
parallelogram gelijk zijn, zijn alle zijden ge-
lijk. Een parallelogram, waarvan alle zijden
gelijk zijn, noemt men een ruit.
Een parallelogram, waarvan de zijden even
lang en de hoeken recht zijn, is een vierkant.
Men verdeelt nu de Parallelogrammen
a. naar de hoeken in scheefhoekige en rechthoekige of
rechthoeken.
b. naar de zijden in ongelijkzijdige en gelijkzijdige of ruiten.
Een parallelogram, dat te gelijk rechthoekig en gelijkzijdig