Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
over b naar a kan zien. Van het punt c af verwijdert men
zich van de rivier, zoodat men zich beweegt in een zelfde
richting als van x naar a. Met die beweging gaat men voort,
tot men in een punt d gekomen is, waaruit men over b heen
X kan zien.
Laat men nu de leerlingen opmerken, dat de driehoeken
bed en abx gelijk zijn, dan zien ze, dat cd even lang is als
de stroom breed is. Om de breedte van de rivier te kennen,
behoeft men dus slechts cd te meten.
Opmerking. Wij maakten hier een toepassing van de eigen-
schap, dat twee driehoeken gelijk zijn, als zij een zijde en
de aanliggende hoeken gelijk hebben.
§ 65. Een fechte lijn te meten, die over een vijver of door
een bosch loopt.
Als men den afstand
van N tot O wil kennen,
plaatst men in die punten
twee bakens en meet de
afstanden van N en O tot
een zelfde punt M. Stelt
men zich nu voor, dat de
lijn NM verlengd is tot in
P, zoo dat MP = MN, en
en evenzoo MQ = MO, dan
is PQ = ON. Meet men
dus PQ, dan heeft men
tevens de lengte van NO.
Opmerking. We hebben
hier de eigenschap toege-
past, dat twee driehoeken
gelijk zijn, als ze 2 zijden en den ingesloten hoek gelijk
hebben.
§ 66. Den afstand van twee punten A en B te bepalen,
als slechts een van die twee punten toegankelijk is.
Men plaatst een baken in een punt C, dat met A en B
in éên rechte lijn ligt. Men plaatst een baken in D en