Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
G vallen, want dan is BG kleiner dan BC en dus ook kleiner
dan EF. Ook kan F niet in een punt'zooals H vallen;
want dan is BH grooter dan BC en dus ook grooter dan EF.
Het punt F moet dus wel in C vallen.
§ 63. Een driehoek te teekenen, waarvan 2 zijden en een
hoek tegenover een dier zijden gegeven zijn.
Zij p de hoek tegen-
over de zijde a gelegen
en b de andere zijde.
Men kan veereerst een
hoek maken, die gelijk
is aan en op het eene
been van dien hoek een
stuk AB nemen gelijk aan b. Beschrijft men uit B als middel-
punt met a als straal een cirkel of een deel van een cirkel,
het andere been van den hoek snijdende in C, dan is ABC
een driehoek, die aan het gevraagde voldoet.
Het twijfelachtig geval van gelijkheid, (twee zijden en een
hoek tegenover een dier zijden gelijk) valt niet dadelijk onder
de aanschouwing en kan ook niet gemakkelijk bewezen wor-
den; zoodat wij het in de vormleer ter zijde laten.
§ 64. De breedte van een rivier te meten, zonder dat men
er overgaat.
Wij onderstellen, dat
er aan de overzijde der
rivier op den oever een
boom of een ander voor-
werp staat en recht daar
tegenover op den an-
deren oever in a ook
een voorwerp. Nu ver-
wijdert men zich zij-
waarts van de rivier af
tot in b b.v. en plaatst
daar een stok. Men
meet den afstand ah en
plaatst in c nog een stok zóó dat bc = ab, en dat men uit c