Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
heden toe te passen op dezelfde wijze als in de wiskunde,
als wel om bij ieder bijzonder geval spoediger uit de figuur
te doen opmaken, dat de driehoeken gelijk zijn. Wij zullen
echter in ieder bijzonder geval weer een denkbeeldig op
elkaar plaatsen te baat nemen, of met andere woorden: we
zullen ons in ieder bijzonder geval rechtstreeks op de aan-
schouwing beroepen. De gevallen, die later voorkomen, zijn
in zooverre iets minder gemakkelijk dan wat nu behandeld
is, omdat later in de figuur behalve de zijden der driehoeken
ook andere lijnen voorkomen.
3. In de voorbeelden, die we tot hiertoe namen, komen
de zijden en hoeken bij de twee figuren steeds in dezelfde
orde voor. Nu neme men ook een figuur, waarbij de gelijke
zijden en hoeken in tegengestelde orde voorkomen. Eerst
c r
teekene men een paar rechthoekige driehoeken, waarbij dat
het geval is en vervolgens een paar scheefhoekige.
Door middel van een blad papier doe men twee zulke
driehoeken werkelijk samenvallen. Men doe
ook opmerken, dat een gelijkbeenige drie-
hoek door een loodlijn uit het toppunt in
twee zulke driehoeken wordt verdeeld.
§ 59. Een driehoek te teekenen, waarvan
een zijde en de twee aanliggende hoeken ge-
geven zijn.
Men trekke een willekeurige rechte lijn, en neme daarop
een stuk gelijk aan de gegeven zijde. In de uiteinden van
dit stuk als hoekpunten teekene men 2 hoeken, die dat stuk
tot eene been hebben en aan denzelfden kant van dat stuk
liggen. De andere beenen van die 2 hoeken verlenge men tot
zij elkaar snijden; dan heeft men den gevraagden driehoek.