Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Evenzoo met twee gelijke bogen van een zelfden cirkel.
§ 52. Dat bij gelijke cij,kels of bij een zelfden cirkel gelijke
koorden gelijke bogen 07iderspannen, kan door de leerlingen
onmiddellijk uit een figuur worden opge-
maakt. Hier wordt geen denkbeeldig op
elkaar plaatsen te baat genomen.
Opmerkingen, i. Deze eigenschap wordt
toegepast tot het nemen van gelijke bogen
bij dezelfde en gelijke cirkels. Wanneer
men nl. door middel van den passer een
boog gelijk neemt aan een anderen, zijn
het feitelijk de koorden, die men in den passer neemt.
Hierop wijze men de leerlingen.
2. Men late deze eigenschap niet alleen opmerken bij
volledige cirkelomtrekken, maar ook bij halve en bij nog
kleinere gedeelten.
§ 53. Een hoek te teekenen, die gelijk is aan een gegeven
hoek, en waarvan het hoekpunt en het eene been gegeven zijn.
Zij P de gegeven hoek, A het
gegeven hoekpunt en AB het
gegeven been. Men beschrijft
uit P den cirkelboog QR met
een willekeurigen straal en uit
A met denzelfden straal een cirkelboog, waarop men den
boog BC afpast, die even groot is als boog QR. Trekt men
de rechte lijn AC, dan is hoek A gelijk aan hoek P.
§ 54. Door een punt
buiten een gegeven rechte
lijn een andere rechte lijn
te trekken, die evenwijdig is
met de eerste.
Zij AB de gegeven lijn
en P het gegeven punt.
Trek een lijn PC, die door
P en een punt van AB gaat. Maak ^ P gelijk aan Z C,
dan loopt PD evenwijdig aan AB.