Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
men de zijde, die waterpas is of nagenoeg waterpas, de
grondlijn. Den hoek tegenover de grondlijn noemt men dan
ook tophoek en de hoeken, die de grondlijn tot eene been
hebben, grondboeken.
EENVOUDIGSTE EIGENSCHAPPEN VAN DEN CIRKEL.
§ 47. Men late een cirkel zien, die het zijvlak vormt
van een cylinder of kegel. Een cirkel is een deel van een
plat vlak en de kromme lijn, die hem begrenst, is een cir-
kelomtrek. Ofschoon men later gewoonlijk zoowel de kromme
lijn als het deel van 't platte vlak, dat begrensd wordt,
een cirkel noemt, zoo is het toch beter om bij eerstbegin-
nenden onderscheid te maken tusschen cirkel en cirkelomtrek.
De twee ribben van een nieuwen gulden of een nieuwen
rijksdaalder zijn voorbeelden van cirkelomtrekken.
Aanvankelijk is de cirkelomtrek voor den leerling een
lijn, die volkomen rond is. Wat hij er meer van weten
moet, zullen wij hem uit een aandachtige beschouwing der
figuren laten opmaken.
De onderwijzer beschrijft op bord een cirkelomtrek en vraagt
wat voor kromme lijn dat is. Hij teekent groote en kleine
cirkels. Ook de leerlingen trekken cirkels.
Men teekene ook cirkels zonder streep, door den geheelen
cirkel wit te maken of door enkel den cirkel zwart te laten.
Deze opmerking geldt voor alle figuren en zal niet telkens
herhaald worden. Ook teekene men naast den cirkel eenige
andere kromme lijnen.
Men trekt twee stralen van den cirkel en vraagt, wat
de leerlingen weten van de lengte dier lijnen. Men trekt
meer stralen, en laat de leerlingen zeggen, dat al die lijnen
even lang zijn.
Nu leert men den naam middelpunt kennen en den naam
straal. Een straal is een rechte lijn, die het middelpunt van
een cirkel vereenigt met een punt der kromme lijn. Wat
weet gij van alle stralen.? Daar alle stralen van een zelfden
3*