Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
punt af gerekend) in tegengestelde richting loopen; maar de
aard der vormleer brengt mee, dat men zich voor elk
bijzonder geval rechtstreeks op de aanschouwing beroept.
§ 42. Men late in een figuur,
waarin twee evenwijdige lijnen wor-
den gesneden door een derde lijn,
uit een der hoeken, b.v. a — 82^
graad, de overige berekenen.
Daarna late men in zulk een figuur
aanwijzen, welke hoeken gelijk zijn
aan g bv. en welke met g samen
gelijk zijn aan twee rechte hoeken.
HOEKEN VAN EEN DRIEHOEK.
§ 43. Men laat driehoeken opmerken als zijvlakken van
lichamen en teekent verschillende driehoeken op het school-
bord. Een plat vlak of een deel van een plat vlak, dat be-
grensd wordt door drie rechte lijnen, heet een driehoek.
Bij de zijvlakken van lichamen heeft men geen strepen.
Om ook bij de driehoeken op het schoolbord te doen in
't oog vallen, dat lijnen en niet strepen de grenzen zijn,
teekent men een witten driehoek op een zwarten achtergrond
en een zwarten driehoek op een witten achtergrond.
De leerlingen zien, dat bij een driehoek drie hoeken voor-
komen. Aan verschillende driehoeken zien ze, dat een hoek
van een driehoek, recht, scherp of stomp is.
Nu moeten we verder laten zien, dat minstens twee hoeken
van een driehoek scherp zijn. Hiertoe teekenen we naast
elkaar verschillende rechthoekige driehoeken, en ook ver-
schillende stomphoekige. Zoo zien de leerlingen: als een
hoek van een driehoek recht is of krom, dan zijn de andere
twee scherp.
Onderscheiding van de driehoeken in rechthoekige, scherp-
hoekige en stomphoekige of rechte, scherpe en stompe.
§ 44. Uit een figuur als nevensstaande blijkt, dat de