Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
dan wel eerst het bijzondere geval neemt, dat twee beenen
in eikaars verlengde liggen. In ieder geval' valt de waar-
heid gemakkelijk in het oog bij een beschouwing der figuur.
§ 39. Teeken twee hoeken op bord, wier beenen in tegen-
gestelde richting loopen. Verleng van den eenen hoek de
twee beenen door het hoekpunt heen (met gestippelde lijnen)
en laat door middel van den hulphoek, die op deze wijze
ontstaat, opmerken, dat de twee gegeven hoeken gelijk zijn.
Deze eigenschap wordt zoowel als de voorgaande door de
leerlingen in woorden gebracht.
§ 40. Men vrage, wat men van de lijnen DE en FG weet,
als bekend is, dat de hoeken a en e gelijk zijn. Bij de andere
hoeken zette men geen letters of tee-
kens. Het zal den leerlingen terstond
in het oog vallen, dat die twee lijnen
evenwijdig loopen.
Men doe opmerken, dat ook de andere
hoeken twee aan twee gelijk zijn. Men
kan het voorgaande dan in woorden
brengen, door te zeggen: als twee rechte
lijnen, die in één plat vak liggendoor een derde onder
gelijke hoeken gesneden worden, dan
// loopen die twee lijnen evenwijdig.
/ Men doet aan nevenstaand figuur,
^ / waarvan twee lijnen evenwijdig loopen,
_opmerken, dat a gelijk is aan den
nevenhoek van b en dat dus de hoeken
a ew b samen twee rechte hoeken vormen.
§41. In nevenstaand figuur doe men opmerken, dat hoek
a gelijk is aan hoek b, omdat hoek a
gelijk is aan den hoek, wiens beenen
het verlengde van dien hoek b zijn.
Dit is een bijzonder geval, een
toepassing kan men zeggen, van de
eigenschap, dat twee hoeken gelijk
zijn, als hun beenen, (van het hoek-