Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
dat hij bv. 37° bevat en een rechten hoek, die een been
gemeen heeft met den scherpen hoek en waarvan de scherpe
hoek een deel uitmaakt. Nu vraagt men, hoeveel graden de
tweede scherpe hoek bevat, die op deze wijze ontstaat. (Het
aanduiden van hoeken geschiedt hier steeds door aanwijzing
met den vinger of een stokje).
Evenzoo voor een hoek van bv. 43^ graad.
Men teekent een hoek met zijn nevenhoek benevens een
gestippelde lijn, die doet zien, dat de 2 hoeken samen gelijk
zijn aan 2 rechte, en vraagt hoeveel graden de hoek en zijn
nevenhoek samen bevatten.
Als een hoek 72 graden bevat, hoe groot is zijn neven-
hoek dan?
Welke hoek is juist gelijk aan zijn nevenhoek?
Een hoek is tweemaal zoo groot als zijn nevenhoek. Hoe
groot is die nevenhoek?
Wat weet gij van een hoek, die grooter is dan zijn neven-
hoek ?
Wat weet gij van een hoek, die kleiner is dan zijn nevenhoek?
Hoeveel loodlijnen kan men uit een punt in een rechte lijn
op die rechte lijn oprichten?
Hoeveel uit een punt buiten een rechte lijn neerlaten ?
Opjierkingen. De beteekenis van het woord loodlijn is aan-
vankelijk een meer beperkte geweest. Men noemde toen
loodlijn een rechte lijn, die op aarde de richting aanwijst,
waarin de zwaartekracht werkt. Metselaars en timmerlieden
bedienen zich om deze richting te laten aanwijzen van een
touwtje, aan welks eene uiteinde een stukje lood is bevestigd,
en van hier de naam loodlijn. Zij staat rechthoekig op een
horizontaal vlak.
Wil men nu de bovenstaande letterlijke beteekenis van het
woord loodlijn leeren kennen, dan zal men daarmee moeten
wachten, tot de algemeen gebruikelijke beteekenis goed eigen
aan de leerlingen is geworden.
In den regel wordt hier ook gesproken van het komple-
ment en het supplement van een hoek. Die namen leveren