Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
den door rechte lijnen vereenigd, zoodat de geheele rechthoek
verdeeld wordt in 3 X 5 gelijke deelen. Elk van die deelen
is lang i en breed ^ dM, zoodat elk deel is
—^ dMl
3 X S
De geheele rechthoek bevat 2X4 van die deelen en is dus
gelijk aan
^^^ dM^ dat is gelijk aan X — dM''.
3x5 ^ 35
Op dezelfde wijze handelt men bij onechte breuken, en
gemengde getallen kunnen eerst herleid worden tot onechte
breuken.
§ 30. Zoodoende heeft men voor een rechthoek, wiens
lengte 3-| en wiens breedte 2f decimeter is, tot oppervlak
II X 17 rechthoeken, die ^ van een decimeter lang en ^ van
een decimeter breed zijn, of 11 X 17 twintigsten van een
vierkanten dM of
^ n ^ 17 _ ^ 2
4x5 4 5 4 5
Bij het rekenen wordt gewoonlijk ook behandelt dat
3lX2f = 3X2 + fX24-3Xj-i-§Xf
en nu kan men ook door een figuur rechtstreeks aanschou-
welijk maken, dat het laatste getal aangeeft, hoeveel vier-
kante decimeters de rechthoek bevat.
Daartoe verdeelt men eene zijde, die gelijk is aan 3| dM,
in 3 decimeters, en een lijn, die gelijk is aan | van een
decimeter. Evenzoo een zijde, die gelijk is aan 2| dM. Ver-
volgens trekt men door de deelpunten twee lijnen, die den
rechthoek verdeelen in 4 kleinere rechthoeken.
Een van deze deelen heeft tot lengte 3 en tot breedte
2 dM. Een tweede 2 en een derde 3 en f, een vierde
f en f.
§ 31. Zoo zijn we langs zuiver aanschouwelijken weg ge-
komen tot de waarheid, dat bij een rechthoek breedte X lengte