Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
■KW
23
§ 27. Nu worden op dezelfde wijze als in de vorige §
eenige oefeningen behandeld met een geheel en gemengd
getal, te beginnen bij 2 en dM.
Door een figuur als de nevenstaande wordt aanschouwelijk
gemaakt, dat het oppervlak van een rechthoek, waarvan de
lengte 4 en de breedte 2^ dM is,
gelijk is aan 4X2^ vierk. decimeter.
Men doe ook door figuren goed
in het oog vallen, dat bv. een recht-
hoek, wiens lengte 4 dM en wiens
breedte 3! dM is, de som van twee
rechthoeken is, die ieder 4 dM lang
zijn, terwijl de breedte van den eenen 3 dM is en van den
anderen | dM. Op die wijze wordt rechtstreeks aanschou-
welijk gemaakt, dat het oppervlak van den rechthoek gelijk
is aan (4 X 3 + 4 X i) dM^.
Men neme ook voorbeelden, waarbij de kortste afmeting
een geheel getal is en de langste een gemengd getal.
§ 28. Een vierkante decimeter wordt in 4 kleinere kwa-
draten verdeeld en de leerlingen merken daarbij op, dat een
vierkant, waarvan elke zijde ^ dM is, gelijk is aan ^ dM".
Evenzoo voor ^ en ^, ^ en ^ , enz.
Zoo kunnen de leerlingen ook gemakkelijk inzien, dat b.v.
bij een verdeeling van den vierkanten decimeter in 4 deelen
in de lengte en 7 in de breedte, de figuur verdeeld wordt in
7X4 gelijke deelen en dat alzoo een rechthoek, waarvan de
lengte \ en de breedte | dM is, gelijk is aan
dM» = — X — dMl
7X4 74
Deze oefening wordt door de leerlingen schriftelijk uitgevoerd
met centimeters.
§ 29. Nu kan men overgaan tot het algemeen geval. Een
rechthoek, wiens lengte | decimeter en wiens breedte ^ deci-
meter is, wordt op bord geteekend. De zijden worden door
stippen duidelijk in derdedeelen of vijfdedeelen van een deci-
meter verdeeld. Elke twee overeenkomstige deelpunten wor-