Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
die 2 stippen door een rechte lijn, en verdeelt alzoo den
rechthoek in 2 vierkante decimeters.
Evenzoo met 3 en i dM; 4 en i; 5 en i; 10 en i.
Hetzelfde geschiedt op de lei met centimeters.
Vervolgens teekent men op bord een rechthoek, wiens
lengte 3 decimeter en wiens breedte 2 decimeter is. Hij wordt
door strepen in 2 X 3 = 6 vierkante decimeters verdeeld.
Zoo gaat men voort met 2X4, 3X4, 2X5, enz. en men
vrage ten slotte ook naar grootere getallen. Zoo komt de
leerling tot de gevolgtrekking, dat men bij geheele getallen
(van andere is hier nog geen sprake) het oppervlak van een
rechthoek vindt, door zijn lengte te vermenigvuldigen met de
breedte. Maar in dezen afgetrokken vorm wordt de eigen-
schap niet genoemd.
Zij wordt dus aanschouwelijk gemaakt bij rechthoeken, die
op het schoolbord kunnen geteekend worden, en waarbij een
vierkante decimeter of een vierkante centimeter eenheid der
vlaktemaat is.
Op het schoolbord wordt een vierkante meter geteekend en
verdeeld in vierkante decimeters; het beste is feitelijk, dat
zulk een figuur op den schoolwand blijvend is aangebracht.
Vervolgens kan men ook rechthoeken nemen, waarvan de
zijden in meters of in millimeters zijn uitgedrukt en recht-
hoeken, waarvan de zijden in dekameters, hektometers, kilo-
meters en myriameters zijn aangegeven.
De laatste zijn echter van weinig beteekenis. Daarentegen is
het van praktisch belang, dat de leerling onthoudt, dat een
vierkant, waarvan elke zijde een dekameter is, een are heet.
Waar de gelegenheid bestaat, wordt een are op het schoolplein
of de speelplaats uitgemeten en verdeeld in vierkante meters.
Hieruit volgt, dat een vierkant waarvan elke zijde een
hektometer of 10 dekameter is, een oppervlakte heeft van
100 vierkante dekameter, 100 aren of i hektare.
Men prente dus goed in:
I are = I vierkante dekameter
I hektare = i vierkante hektometer.