Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
i6
OPPERVLAK VAN DEN RECHTHOEK EN HET VIERKANT.
GEHEELE GETALLEN.
§ i8. De leerlingen moeten rechthoeken en vierkanten
aanschouwen aan verschillende voorwerpen. Men teekene ook
enkele rechthoeken op het schoolbord. Daarbij neme men
de strepen niet dikker dan noodig is en vooral teekene men
ook een paar rechthoeken zonder strepen. Dit doet men,
door den geheelen rechthoek wit te maken, en op een andere
plaats, door den rechthoek zwart te laten en alles er omheen
wit te maken. Op die wijze zorgt men, dat de leerling niet
meent, dat een rechthoek altijd omringd is door 4 strepen
of uit 4 strepen bestaat.
Nu zegt men: al die figuren heeten rechthoeken. Men Iaat
meer lichamen zien of aanwijzen, die begrensd worden door
rechthoeken.
Ten slotte zegt men: rechthoeken zijn platte vlakken of
deelen van platte vlakken, die begrensd worden door vier
rechte lijnen, welke twee aan twee rechte hoeken vormen.
Er is m. i. niets tegen, om dit ook door de leerlingen te
laten zeggen; maar hoofdzaak is, dat de leerlingen deze drie
dingen weten:
Zij moeten kunnen zeggen of een plat vlak of een deel van
een plat vlak al dan niet een rechthoek is.
Zij moeten weten, dat er bij een rechthoek vier rechte
hoeken zijn.
Zij moeten weten, dat een rechthoek vier zijden heeft, die
twee aan twee even lang zijn. (Ook dit laatste is uitsluitend
een zaak van rechtstreeksche aanschouwing).
Men vertoone rechthoeken in verschillende standen en tee-
kene op het schoolbord rechthoeken, waarvan alle zijden
schuins loopen.
§ 19. Men laat de zijvlakken van een kubus zien en tee-
kent op het schoolbord verschillende vierkanten: groote en
kleine.