Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
de leerlingen door middel van zulk een ribbe kunnen onder-
zoeken, of het blad der tafel plat is. Dit wordt werkelijk
onderzocht. Ook de voorzijde van het schoolbord en de muur.
Men vrage ook of het vlak, dat den bol begrenst, plat is.
Opmerking. De bespreking van het schoolvertrek dient
om , onder het oefenen in 't waarnemen, de begrippen rechts,
links, enz. aan te brengen en een volledige voorstelling van
het rechthoekig parallelelogram te doen ontstaan.
PLATTE EN GEBOGEN VLAKKEN.
§ 13. Men begint met de leerlingen het onderscheid te
doen kennen tusschen platte en gebogen vlakken. Dit doet
men, door voorwerpen te vertoonen, die door platte vlakken
begrensd worden, benevens een kegel, een bol en een cilinder.
Het woord plat is reeds bekend bij de leerlingen. Men
beginne daarom met te zeggen: wijs het bovenvlak van de
tafel. Hoe is dat vlak ? Voel eens of dat vlak plat is. Noem
nog eens iets, waar platte vlakken aan zijn. Hoeveel platte vlak-
ken zijn er aan deze kube? Hoe is het voorvlak van het bord.?
Men vertoont een kube en vraagt, of daar ook een plat
vlak aan is. Hoe is dat vlak dan?
Men vertoont ook een cilinder en een kegel, zonder om-
trent deze voorwerpen uitvoerige besprekingen te houden.
Het doel is hier slechts, door aanschouwing gebogen vlakken
te leeren kennen, om den aard van het platte vlak in het
oog te doen vallen. De leerlingen zien dan, dat er aan een
bol slechts een gebogen vlak is, aan een cilinder of rol een
gebogen vlak en twee platte vlakken, aan een kegel een
gebogen vlak en een plat vlak.
VLAKKE FIGUREN.
EVENWIJDIGE LIJNEN EN HOEKEN.
§ 14. Aan den kubus laat men opmerken, dat 2 ribben
van een zelfde zijvlak evenwijdig kunnen loopen of een hoek