Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
„Wederom geeft men twee stokjes en laat het eene lood-
recht, het andere waterpas leggen, en wel zóó dat de loodlijn
op de helft der waterpaslijn valt; wie kan de tegengestelde
figuur maken?"
,,Langs tweeërlei wegen komt nu de tegenstelling voor den
dag — het eene kind heeft de loodlijn onder de waterpaslijn
aangebracht, het andere heeft de waterpaslijn boven de lood-
lijn gesteld."
„Bedenkt nog eens een andere verbinding."
„De waterpaslijn wordt nu links, dan rechts van de loodlijn
gesteld — en eindelijk over het midden heengelegd zoodat
een kruis ontstaat."
,,Telt de uiteinden van uw kruisje — welk eind is het
grootste — ze moeten allen even groot zijn — wat ligt er
tusschen deze twee uiteinden? Niets — het is een ledige
ruimte. Hoe heet de ruimte tusschen twee zulke lijnen? —
Een hoek — een rechte hoek. Telt uwe hoeken — welke
is de grootste? Ze zijn allen even groot."
,,Legt de beide stokjes een weinig schuins zonder het kruisje
te breken. — Zijn de hoeken nu nog even groot? — zie eens
goed. — Twee hoeken zijn grooter dan ze geweest zijn —
twee hoeken zijn kleiner. — Wijst ze aan. Is er nog meer
verschil tusschen deze hoeken? Daar zijn twee scherpe en
twee stompe hoeken. Heft uwe beide stokjes op en maakt
een rechten hoek — verandert hem in een scherpen — in
een stompen. — Welke gaf de grootste ruimte? — Vervol-
gens late men alle mogelijke verbindingen van twee stokjes
opzoeken, op dezelfde wijze en door dezelfde regels als wij
bij de bouwspelen volgden — een loodrecht stokje blijft onbe-
weeglijk, het andere waterpas — verhuist gedurig eene halve
lengte - - daarna brengen Wij het eerste stokje in beweging
en vinden een reeks van verbindingen zoowel in rechten als
in schuinschen stand, die men in de ruimte en op het vlak
laat volbrengen."
Waar hier van vlakke hoeken wordt gesproken, is men
niet juist. Maar ook zonder een fout te begaan, zal men