Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
tot handleiding voor den onderwijzer bij het onderwijs van
de vormleer in de scholen."
Dit werk is een vereeniging van vormleer en meetkunde,
zonder afscheiding van deze twee vakken. Dit is een bezwaar
voor een handleiding, die in de lagere school in handen zal
gegeven worden, ook van onervaren onderwijzers. Afge-
scheiden hiervan heeft dit werk in hooge mate het bezwaar,
dat moeilijke zaken voorafgaan aan gemakkelijke. Zoo han-
delt § 3 reeds „over den betrekkingswijzer".
Van het eerste deel, dat over rechtlijnige vlakke figuren
handelt, verscheen in 1872 een vierde druk; van het tweede
deel, dat over den cirkel en de lichamen handelt, verscheen
in 1872 een derde druk.
Dit zijn de werken die invloed hebben uitgeoefend.
§ 251. Het door Rousseau op den voorgrond gestelde be-
ginsel van zelfwerkzaamheid is door Fröbel nader uitgewerkt
voor de bewaarschool. Het doel van Fröbel is o. a., om
de kinderen bekend te maken met de hoofdvormen der
figuren. Hij begint met de kinderen achtereenvolgens in
handen te geven, bol., kubus en cilinder. De oefeningen,
die met deze voorwerpen verricht worden, zijn ongetwijfeld
zeer geschikt om die vormen te doen opnemen door jeugdige
kinderen. Hetzelfde geldt voor de prisma's, die de kinderen
later in handen krijgen. Ook de oefeningen met de leg-
staafjes, de mozaïekplaatjes enz. bevorderen het doel, dat
we beoogen met de vormleer, zooals ze in dit werk wordt
ontwikkeld. Waar echter opzettelijk aan vormleer wordt
gedacht, gaat men voor de bewaarschool in den regel te ver.
Vooral betreft dit het toepassen van een aantal benamingen,
zooals rechte hoek, scherpe hoek, stompe hoek, gelijkbeenige
driehoek, gelijkzijdige driehoek scherphoekige driehoek enz.
Met name geldt dit het hoofdstuk ,,De vormleer veraange-
naamd" dat voorkomt bl. 125—136 van den eersten jaar-
gang (.?) (1861 —1863) van de Hoop der Toekomst onder
redactie van Mevr. Elize van Calcar. Als twaalfde oefening
onder het opschrift hoeken lezen we daar het volgende.