Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
1. Twee lijnen zijn evenwijdig of gelijkloopend.
2. Twee lijnen zijn niet evenwijdig of ongelijkloopend.
3. Twee lijnen zijn in dezelfde richting (aldus — —).
Dit wordt ook op 4 en 5 lijnen toegepast. Dergelijke
oefeningen komen verder tusschen de aanschouwelijke meet-
kunde voor. Letten wij alleen op de laatste, dan is de leer-
gang daarbij gevolgd, dezelfde als men gewoonlijk bij de
meetkunde in acht neemt. Dit acht ik niet goed gezien.
Ook heeft de schrijver bij het kiezen der leerstof zich te
nauw bij de meetkunde aangesloten, zoodat in zijn werk
eenige eigenschappen voorkomen, die hij liever had moeten
weglaten, omdat ze niet onder de rechtstreeksche aanschou-
wing vallen en geen praktisch nut bezitten. Een kenmer-
kende eigenschap der Handleiding van den heer Bouman is
nog, dat ze ten dienste van den onderwijzer een aantal zaken
uit de meetkunde bevat, die van den overigen voor de lagere
school bestemden inhoud zijn afgescheiden. Die waarheden
zijn ongetwijfeld zeer belangrijk voor den onderwijzer, maar
ik acht het beter, dat hij zulke zaken leert uit een weten-
schappelijk leerboek, waar ze voorkomen in hun natuurlijk
verband, en daardoor strenger dan hier, of na het bestu-
deeren van zulk een werk. Vele zaken komen nl. zelfs niet
voor in de leerboeken der meetkunde, en terecht.
Terwijl van de Handleiding verschillende herdrukken ver-
schenen , werd weinig gebruik gemaakt van 2 stukjes met
oefeningen voor de lagere school, door denzelfden schrijver
in het licht gezonden. De opgaven zijn te zeer van theore-
tischen aard en dragen over 't geheel het karakter van een
verzameling meetkundige oefeningen.
§ 250. De Handleiding van J. H. Stratemeijer, die in 1869
een zevenden druk beleefde, is beknopter dan die van
Bouman. De meetkunde is geheel ter zijde gelaten en ook
bij het bepalen van den leergang heeft de schrijver zich
losgemaakt van de meetkunde.
In 1862 en 1864 gaf J. D. R. Moll in twee deelen uit:
„Vorinleer voor Ondcrwifzers-Kweekelingen; strekkende tevens