Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
Die wetsbepaling riep terstond een aantal geschriften over
vormleer in het leven. Een daarvan is: Praktische handlei-
ding bij het onderwijs der vormleer, • ten dienste van kwee-
kelingen en hulponderwijzers, door H. Sluyters. Goes. 1858.
Dit werkje is geheel in den geest van van Dapperen geschre-
ven. Maar het maakte geen opgang. Men verlangde iets
anders. In de Nieuwe Bijdragen van Mei 1859 worden niet
minder dan 7 werkjes, alle in 1858 verschenen, door Dr.
Steyn Parvé aan een grondige bespreking onderworpen. Deze
oordeelt het gunstigst over de Handleidingen van H. Bouman
en van J. H. Stratemeijer, en deze beide zijn ook inderdaad
de eenige van de 7 geschriften, die zich tot hiertoe hebben
staande gehouden.
§ 249. De heer Bouman zette in de derde Afl. van den
jaargang 1858 van het Nieuw Ned. Tijdschrift voor Onderwijs
en Opv. zijn denkbeelden over methode en leergang der
vormleer of aanschouwelijke meetkunde uiteen. Nog in het-
zelfde jaar verscheen: „De vormleer in de lagere school. Eene
handleiding bij het onderwijs en tot zelfoefening voor aan-
komende onderwijzers, door H. Bouman , onderwijzer te
Beerta." Al dadelijk begint de schrijver met een flinke be-
schouwing van lichamen in de eerste afdeeling, omvattende
a. de beschouwing van het schoolvertrek: bl. 6—18;
b. van een regelmatig lichaam: bl. 18—27;
c. van de voornaamste voorwerpen, die de leerling rondom
zich opmerkt: bl. 27—30.
De tweede afdeeling bevat de beschouwing der vlakke
figuren, de derde afdeeling bevat de behandeling der een-
voudigste meetkundige lichamen. De schrijver heeft terecht
nagelaten, om, zooals Pestalozzi, van Dapperen en Diesterweg,
te beginnen met een geheele reeks van onpraktische oefe-
ningen. Hij heeft terstond in de tweede afdeeling zoowel
aanschouwelijke meetkunde als combinatorische opgaven be-
handeld. Aan de laatste is mijns inziens nog te veel plaats
ingeruimd. Hij begint al dadelijk bl. 34—39 met deze
oefening: