Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
van het aantal snijpunten van een zeker aantal rechte lijnen,
verdeeling der hoeken en driehoeken in soorten, enz.
De leerwijze is goed even als bij Pestalozzi. Aan den
leergang is meer zorg besteed dan bij Pestalozzi, al is het
een nadeel, dat van Dapperen met die stippen begint.
§ 246. Voor dat van Dapperen het tweede stukje kon
schrijven, overleed hij, en de samenstelling hiervan werd
overgenomen door P. J. Prinsen. Het verscheen in Dec.
1824 en vormt een leerboek der vlakke meetkunde, minder
streng dan het leerboek van van Swinden, maar met de aan-
wijzing van een methode voor het meetkundig onderwijs,
die beter was dan de toen gebruikelijke meedeelende. In
plaats van het zien en doen hebben wij echter weer het
reeds door Rousseau voor kinderen afgekeurd redeneeren of
bewijzen gekregen.
Deze omstandigheid heeft zeker in hooge mate er toe
meegewerkt, de geheele vormleer te beperken tot het minst
nuttige deel er van. En het eerste stukje van van Dappe-
ren's Vormleer maakte eenigen opgang. In 1825 verscheen
een tweede druk en in 1856 een vierde.
§ 247. In 1837 leverde J. Blouw een vertaling van den
in 1836 verschenen derden druk van Diesterweg's Handlei-
ding bij het ondern'ijs in de vormleer. Deze vertaling bevat
een voorrede van B. Brugsma, waarin het onderscheid tus-
schen vormleer en meetkunde goed wordt uiteengezet: „In
de lagere school staan wij op het gebied der aanschouwing.
Aanschoziwelijk moet dus ook het onderwijs in de Vormleer
zijn, en daaruit ziet men, dat het onderscheid tusschen de
Meetkunde en Vormleer voornamelijk gelegen is in de behan-
deling. Voor de vormleer is zij aanschouwelijk, voor de
meetkunde wetenschappelijk. In de vormleer heerscht de
aanschouwing, in de meetkunde het begrip. Door de eerste
verkrijgt men waarheden, die onmiddellijk uit de waarne-
mingen der zinnen, uit de werking van het aanschouwings-
vermogen voortspruiten: door de laatste komt men tot resul-
taten, die een gevolg zijn van afgetrokkene begrippen en