Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
I Sog— 1811 verscheen: Die Elemente der Form ttnd Grösze
nach Pestalozzi's Grundsätzen, von Jozef Schmidt, drei Theile.
§ 245. Verschiliende andere werken van dien aard, ook
Nederlandsche vertalingen, kunnen wij ter zijde laten, om
onze aandacht te vestigen op D. van Dapperen. Deze werd
in den zomer van 1809 voor rekening van het gouvernement
naar de school van Pestalozzi te Yverdon gezonden Hij zou
daar gedurende 3 jaar nagaan, wat er van Pestalozzi's leer-
wijze kon overgebracht worden op de Nederlandsche scholen.
Hij werd echter na 18 maanden teruggeroepen en vond eerst
gelegenheid, om hetgeen hem goed voorkwam, hier toe te
passen, toen hij in 1816 aan de Kweekschool te Haarlem
werd aangesteld tot onderwijzer in de zangkunde. Twee jaar
later schreef hij zijn ^^Handleiding voor onderwijzers om vol-
gens een geregelden gatig, kinderen te leeren opmerken,
denken en spreken, toegepast op de samenstelling der een-
voudigste voorwerpen uit de meetkunde, bekend onder den
naam van Vormleer." Het werk zou uit twee deeltjes be-
staan, waarvan het eerste zou overeenkomen met Pest.^lozzi's
Formenlehre, het tweede zou de meetkunde volgens de leer-
wijze van Pestalozzi, bevatten. Het eerste stukje handelt
uitsluitend over vlakke figuren. Het begint met punten,
zooals de schrijver zegt (feitelijk met stippen), en men komt
al dadelijk, na even over i punt gesproken te hebben, tot
deze oefening.
„Twee punten kunnen vereenigd zijn, en twee punten
kunnen onvereenigd zijn."
En vervolgens: Drie punten kunnen vereenigd zijn."
„b. „ „ „ onvereenigd „
„c. Van drie punten kunnen twee veree-
nigd en een onvereenigd zijn."
Zoo worden 4, 5 en meer punten behandeld. Daarna
wordt op dezelfde wijze het al of niet evenwijdig zijn en in
dezelfde richting loopen (wij zouden zeggen: in eikaars ver-
lengde liggen) van een zeker aantal rechte lijnen behandeld.
Verder komen meer oefeningen van dien aard, berekening