Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
tusschen vlakke meetkunde en stereometrie beter bewaard,
als wij het voorbeeld der Duitschers volgen en
tweevlakkigen hoek vervangen door ruimtehoek
drievlakkigen hoek „ „ ruimtedriehoek,
viervlakkigen hoek ,, ,, ruimtevierhoek, enz.
Een driehoek is niet anders dan een figuur met drie hoe-
ken , en het is volkomen stelselmatig om te spreken van
vlakke driehoeken, ruimtedriehoeken en boldriehoeken. Zoo-
doende heeft men ook korte benamingen, en waar geen
verwarring mogelijk is, kunnen we in de ruimte en op den
bol kortweg spreken van een driehoek.
§ II. Vervolgens wordt het schoolvertrek vergeleken met
het parallelepipedum. Men doe de leerlingen opmerken, dat
zij tegenover beide een verschillenden stand innemen. Nu
wijze men er ook op, dat bij den kubus en de rechthoekige
zuil ruimteboeken en drievlakshoeken voorkomen, evenals
bij het schoolvertrek.
Op de ruimte binnen een rechthoekigen bak of een recht-
hoekige doos besloten, wijze men om de overeenkomst te
doen opmerken met het schoolvertrek. Bij zulk een doos
is de stand van den leerling anders dan bij het schoolvertrek.
§ 12. Het komt mij niet wenschelijk voor, hier nog over
allerlei lichamen vluchtig te spreken. Ook de viervlakshoek,
enz. worden eerst later beschouwd, bij het bespreken van
andere lichamen. Wel kan het, om te voorkomen, dat niet
half bewust de meening ontstaat, als zouden aan alle voor-
werpen ribben en veelvlakshoeken zijn, nuttig zijn op een bol
te wijzen en te vragen, of aan dat lichaam ook ribben zijn,
of drievlakshoeken.
Voor we overgaan tot het beschouwen van vlakke figuren,
moet het kenmerkende' van een plat vlak in 't oog genomen
worden. Daartoe beginnen we met aan een cylinder een
ribbe te doen opmerken. Men vrage welk onderscheid er is
tusschen die ribbe en een ribbe van een kubus. De leerlingen
zullen weten, dat de eerste krom is en de tweede recht.
Men vrage of de ribben van een liniaal recht zijn en hoe