Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT.
§ 242. Rousseaü was de eerste, die duidelijk heeft inge-
zien en aangewezen, hoe meetkundige waarheden langs zuiver
aanschouwelijken weg tot de kennis van het kind kunnen
gebracht worden. In het tweede boek der Emile, welke in
1762 verscheen, leest men o. a.: ,,Ik heb gezegd, dat de
meetkunde niet onder het bereik der kinderen is; maar het
is onze schuld. Wij gevoelen niet, dat onze methode de
hunne niet is, en dat hetgeen voor ons de kunst wordt om
te redeneeren voor hen slechts de kunst moet wezen om
te zien."
§ 243. De Emile oefende een grooten invloed uit op vele
ouders en opvoedkundigen. Vooral op Pest.\lozzi maakte het
een diepen indruk. Deze voerde de vormleer voor het eerst
in op de lagere school, waar hij aan dat leervak een hoogst
belangrijke plaats toekende. Hij leerd§ met bijzonderen na-
druk („Hoe Geertrui hare kinderen onderwijst, een poging
om moeders te leeren, hun kinderen zelf te onderwijzen,
1801,") dat alle onderwijs van aanschouwing moet uitgaan
en bracht eenzijdig de geheele zinnelijke aanschouwing tot 3
hoofdpunten terug: getal, vorm en woord. Hoe hij de vorm-
leer onderwees en wat de leerstof uitmaakte, werd door
hem in 1826 in druk gegeven; zie deel VI zijner volledige
werken. De door hem gevolgde leerwijze is de zelfzoekende.
Bij de volgende opmerkingen heb ik het oog op de onder
toezicht van Prinsen geleverde vertaling van Pestalozzi's
werken, deel VI bl. 253—520. Pestalozzi begint dadelijk
met de rechte lijn en wij vinden daar achtereenvolgens:
A. De vorm als middel ter ontwikkeling van de geestver-
mogens des kinds.
a. bl. 260—336 vlakke figuren;
b. bl. 336—358 figuren in de ruimte.