Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
Bij 4 en meer rechte lijnen doet zich de vraag voor of
men zich de lijnen al of niet verlengd moet denken. Als
dit niet het geval is, dan kan men bij 4 rechte lijnen,
i, 2, 3, 4, 5 en 6 snijpunten hebben.
Drie snijpunten krijgt men ook, als men drie lijnen door
een punt trekt en de vierde evenwijdig aan i van die 3.
Moest men zich de lijnen verlengd denken, dan zou men
al die 6 gevallen kunnen hebben, behalve 2 snijpunten.
Op dezelfde wijze kan men met 5 en meer rechte lijnen
handelen.
het al of niet evenwijdig zijn van rechte lijnen.
§ 241. Ten opzichte van het al of niet evenwijdig zijn
van twee rechte lijnen, doen zich twee gevallen voor:
a. de lijnen zijn evenwijdig;
b, „ „ „ niet evenwijdig.
Ten opzichte van drie rechte lijnen kan men de volgende
gevallen hebben:
a. geen twee lijnen zijn evenwijdig;
b. twee van de drie zijn „
c. de drie lijnen „ ,,
Ten opzichte van vier rechte lijnen kan men hebben:
a, geen twee evenwijdig;
b, twee evenwijdig en meer niet;
c, drie onderling evenwijdig;
d, vier
e, twee paar evenwijdig.
Evenzoo voor 5 en meer rechte lijnen. Men late al die
gevallen in figuren voorstellen.